Geschiedenis

Bron:www.molendatabase.nl

 

Molen De Lastdrager is een ongetwijfeld vroeg 17-de eeuwse, als korenmolen gebouwde achtkante bovenkruier.
Naar het schijnt is de eerste korenmolen te Hoogwoud omstreeks 1608 gebouwd. De Staten van Holland verleenden op 6 juli van dat jaar vergunning aan Cornelis van Mierop, Ambachtsheer van de heerlijkheid Hoog- en Aartswoud een windkorenmolen te doen bemaalen uijtsluitend tot den gerieff van den ingesetenen. Of dit de huidige molen betreft is niet duidelijk. Op een in 1680 uitgegeven kaart staat op deze plaats wel een korenmolen aangegeven.
In 1827 werd de molen gekocht door Cornelis Corneliszoon Bos, zonder bepaald heroep en afkomstig van Terschelling. Nazaten van hem waren later molenaar te Koedijk en Schagen.
De naam De Lastdrager is blijkbaar al vrij oud, want hij wordt al genoemd als de molen die in 1855 binnen de familie Bos wordt doorverkocht.
In 1935 is de binnenroe gebroken, waarna de molen buiten dienst is gesteld. De gaande werken zijn toen verwijderd en de lege molenromp is nadien alleen nog voor opslag gebruikt. Het veevoer- en maalbedrijf werd in een naast de molen staande schuur voortgezet met een koppel maalstenen, dat uit de molen afkomstig was en door een dieselmotor werd aangedreven. De molen heeft nog enige tijd met één roede en zonder staart gestaan. Later zijn ook buitenroede en lange spruit verwijderd.
In 1957 is de molen uitwendig hersteld, met gebruikmaking van uit Groningen afkomstige tweedehands roeden. In 1968 is hij door de gemeente aangekocht en in het daarop volgende jaar aan de huidige eigenaar overgedragen. In de jaren 1971-1972 is een grote restauratie uitgevoerd en sinds 1977 wordt de molen weer zo nu en dan in werking gesteld.

Constructie
Het vrij licht gebouwde en overwegend eiken achtkant staat zonder ondertafelement op twee aan twee evenwijdig geplaatste penanten. Opmerkelijk is dat de twee veldkruisen, die in ieder veld aanwezig zijn met de uiteinden in elkaar zijn gewerkt. Daarnaast bestaan de beide bintlagen uit vrij van elkaar gelegen legeringsbalken.
Ook opvallend is dat twee niet naast elkaar gelegen achtkantstijlen niet van eiken- maar van grenenhout zijn gemaakt. Ongetwijfeld houdt dit verband met een ingrijpend herstel. Vermoedelijk had het jaartal 1865 hierop betrekking. Deze reparatie was immers niet uitvoerbaar zonder het rietdek ter plaatse te verwijderen.
Boventafelement, rolvloer, kuip en kap zijn al eens vernieuwd, vermoedelijk in de 18de eeuw (1732?). Waarschijnlijk is bij die gelegenheid de molen ook veranderd in een buitenkruier.
Op een van 1726 daterende gravure staat hij tenminste nog duidelijk als binnenkruier getekend.
Tot de buiten bedrijfstelling waren er drie koppel maalstenen, die op een maalstoel op de begane grond lagen.